Waar rook is, is geen BHV’er - de gevaren van brand
Maak de volgende zin af: waar rook is … Goede kans dat je ‘is vuur’ op de puntjes invulde. Rekenen wij niet fout, maar ons motto is ‘Waar rook is, is geen BHV’er’. Er is weinig zo gevaarlijk als brand, dus hoog tijd voor een artikel waarin we je meer vertellen over de gevaren van brand.
Het is een open deur: brand wil je altijd voorkomen. De vlammen en hitte zijn levensgevaarlijk en kunnen in korte tijd een enorme schade aanrichten, niet in de laatste plaats aan de gezondheid. Maar brand leidt ook tot andere risico’s. Zoals rookvorming, koolstofmonoxide, het gevaar op elektrische schokken en het vrijkomen van gevaarlijke stoffen.
De gevaren van brand
1
De rook
Rook is de grootste boosdoener. Het is een opstijgend mengsel van gassen, dampen en roetdeeltjes. Rook is een van de gevaarlijkste componenten van vuur. Door de snelle verspreiding en giftigheid van rook is het de belangrijkste doodsoorzaak bij een brand. Daarnaast is het ook nog eens verraderlijk. Rookvorming leidt ertoe dat je minder kunt zien, wat een recept is voor méér paniek en minder vluchtmogelijkheden. Daarom is het zo belangrijk om rook te vermijden. Lukt dat niet, probeer dan laag te blijven, zodat je zo min mogelijk rook binnenkrijgt.
2
Hitte
Ook hitte is levensgevaarlijk. Tijdens een brand kan de temperatuur al snel oplopen tot meer dan 1.000 graden. Bij zulke temperaturen ben je als mens kansloos. Al vanaf een temperatuur van 65 graden functioneert het lichaam niet meer.
Hitte stijgt altijd op. Daardoor kan het plafond of dak snel vlam vatten. De dakconstructie wordt daardoor minder stevig, waardoor er instortingsgevaar ontstaat.
3
Koolstofmonoxide
Koolmonoxide (CO) is een erg gevaarlijk gas, dat ontstaat bij een onvolledige verbranding van koolstofhoudende stoffen. Denk hierbij aan olie, gas en hout. Een onvolledige verbranding wordt veroorzaakt door onvoldoende aanvoer van zuurstof.
Waarom is koolstofmonoxide zo link? Omdat het zich, na inademing, hecht aan hemoglobine in het bloed. Daardoor kan je bloed geen zuurstof meer vervoeren. Adem je te veel koolstofmonoxide in, dan raak je bewusteloos en kun je dus niet meer vluchten. Hierdoor vallen de meeste slachtoffers.
4
Elektriciteit
Bij een brand die wordt veroorzaakt door elektriciteit, is er een risico dat materiaal onder stroom komt te staan. Daarom schakel je, zelfs als je alleen al de aanwezigheid van elektriciteit vermoedt, direct de elektriciteit uit. Dit doe je met de hoofdschakelaar, die zich altijd aan de buitenkant van deze ruimte bevindt. Zorg ervoor dat dit gebeurt vóórdat (bedrijfs-)hulpverleners aan het werk gaan. Als het je niet lukt de elektriciteit uit te schakelen, waarschuw je direct de brandweer.
Een brand waarbij elektriciteit in het spel is (bijvoorbeeld in een elektrisch apparaat of elektriciteitskast), blus je nooit met water. Water heeft namelijk de eigenschap dat het elektriciteit uitstekend geleidt. Daardoor komt de persoon die met water blust onder stroom te staan. Om een elektriciteitsbrand te blussen, kun je een schuimblusser of CO2-blusser gebruiken. Deze blusmiddelen geleiden geen elektriciteit.
5
Gevaarlijke stoffen
Als er bij een brand gevaarlijke stoffen vrijkomen, is dit extra gevaarlijk voor mens en milieu. Gevaarlijke stoffen kunnen bestaan in de vorm van vloeistoffen, dampen of gassen. Sommige gevaarlijke stoffen mogen niet in contact komen met water. Als dit wel gebeurt, kunnen er door chemische reacties gassen ontstaan die mogelijk nóg gevaarlijker zijn.
Op de etiketten van producten waarin gevaarlijke stoffen zijn verwerkt, staan altijd gemakkelijk te herkennen gevarensymbolen en andere waarschuwingen. Deze symbolen maken duidelijk om welke soort stof het gaat. Op die manier weten de mensen die ermee werken welke risico’s de aanwezigheid van deze stof met zich mee kan brengen. Hierdoor wordt bij brand de kans op het gebruik van een verkeerde blusstof verkleind. Meer leren over de verschillende brandklassen? In dit artikel leggen we je uit welke klassen er bestaan.