Ben je benieuwd hoe alle betrokkenen vanuit hun eigen rol deze professionele oefening georganiseerd door BHV.NL en Zorggroep Ter Weel ervaren hebben? Lees dan onderstaande ervaringsverhalen en ontdek hun bewustwording van veiligheid en samenwerken.
Henri Trieling, in het dagelijks leven verpleegkundig teamleider van het zorgcentrum ‘Sint Maarten in de Groe’ in Goes, was een van de 36 ploegleiders die aan deze training hebben deelgenomen. Hij is er erg enthousiast over: “Tijdens de training ervaar je heel goed dat je de kop erbij moet houden: je geeft instructies via de portofoon, je mobiel gaat en op hetzelfde moment belt de meldkamer. Wat doe je dan? Waar ligt je eerste prioriteit? Wat delegeer je? Heb je voldoende informatie? Weet je waar de brand is? Zijn daar gevaarlijk stoffen? Hoeveel mensen lopen gevaar? Hoeveel BHV’ers zijn al ter plekke? Allemaal informatie die essentieel is voor de brandweer en die je dus paraat moet hebben op het moment dat de bevelvoerder binnenkomt. Dan moeten ook de plattegronden klaarliggen. En de ontruimingsplannen. Natuurlijk ben je als ploegleider getraind en weet je theoretisch heel goed hoe het allemaal moet, maar echt oefenen maakt een wezenlijk verschil. Dan wordt ook duidelijk wat nog verbeterd kan worden. Bijvoorbeeld alle informatie goed tot je door laten dringen en niet te snel conclusies trekken, wat nog niet makkelijk is met zoveel druk erop. Het was goed om te oefenen met de direct betrokken collega’s, de mensen van het VIT [Verpleegkundig Interventie Team]. Een mooie manier ook om elkaar beter te leren kennen. Ik vond de samenwerking met de brandweer veel meerwaarde hebben. Je werkt samen met de andere experts waarmee je in een echte noodsituatie te maken krijgt. Wat mij betreft, doen we dit een paar keer per jaar zo. Maak het je maar eigen.
Nicolette Muskee, teamleider van de locatie Krabbendijke: “Ik ben heel erg enthousiast over deze nieuwe manier van trainen. Vooraf vond ik het best spannend: weet ik alles wel en doe ik dan ik de goede dingen? Het maakt natuurlijk veel verschil of je tijdens een training met de andere cursisten en de trainer rond de tafel zit en zegt wat je gaat doen, of dat je het ook daadwerkelijk gaat doen. Natuurlijk weet ik dat ik de taakkaarten mee moet geven, maar ik vergat het wel. Terwijl ze nota bene klaarlagen! En het is echt heel anders om van de trainer te horen dat je moet doorvragen en dat ook echt zelf doen als je merkt dat je te weinig informatie hebt om te handelen. Ik vond het verrassend te merken hoe geconditioneerd ik toch ben: op mijn eigen locatie doe ik alles ‘op de automatische piloot’: ik weet waar de taakkaarten liggen, ik ken de plattegrond uit mijn hoofd. Maar op een andere locatie is dat niet zo. Dan moet ik heel bewust de tekeningen lezen bijvoorbeeld. Het is goed dat je je dat realiseert. Het is ook heel goed dat de bevelhebber aanwezig was. Zo leer je wat zij nodig hebben en hoe zij tegen de situatie aankijken. Ik zou graag ieder jaar op deze manier trainen, want het geeft je veel inzicht in wat je kunt en waar je verbeterpunten liggen. Je mag nooit denken: dat kan ik wel, dat doe ik wel, maar je moet echt blijven herhalen.”
Maykel van der Veeken, teamleider van de afdeling De Schenge in Goes heeft ook aan de training meegedaan. “Als je in een leslokaal zit, krijg je wat theorie, wat power points en dan ga je in datzelfde lokaal ‘droog’ oefenen. Je zit in de leraar-leerling-rol en dat is in de nieuwe opzet helemaal weg: je bent dan echt de ploegleider die de regie in handen heeft en moet handelen. We zaten in de ruimte die ook in het echt gebruikt zou kunnen worden en de meldkamer, de brandweer en de BHV’ers staan voor je klaar om in actie te komen. Je wordt door deze opzet uiterst scherp en je gaat direct handelen. Er is een groot verschil tussen weten hoe je het moet doen en het daadwerkelijk zelf doen. Het was voor sommige mensen dan ook niet eenvoudig om te slagen voor deze training: de nieuwe aanpak legt je verbeterpunten bijna genadeloos bloot. Ik denk overigens dat niet iedereen geschikt is om ploegleider te zijn, niet iedereen kan de druk aan en kan snel schakelen in zijn hoofd.
Wilko Clarijs is erg tevreden: “Door te oefenen in een zo realistisch mogelijke situatie zie je pas echt wat goed gaat en wat nog beter kan. Daar kan geen klassikale training tegenop. De samenwerking met BHV.NL was fantastisch. We werken allang met BHV.NL dus Kristof kent onze organisatie goed waardoor hij haarfijn aanvoelde wat ik bedoelde en waar wij behoefte aan hadden. En wij zijn niet de enige zorginstelling die zo enthousiast is over deze nieuwe manier van trainen; ik heb al vijftien presentaties gegeven over hoe wij na de brand zijn gaan werken en trainen, o.a. in Zwolle, Den Bosch en Zutphen. Hoe naar de aanleiding ook was, het is fijn om onze kennis en ervaringen over te dragen aan andere organisaties.”
Johan Molenaar, bevelvoerder van de brandweer: “We hebben er met elkaar veel van geleerd. We weten wat we van elkaar kunnen verwachten. De ploegleiders weten beter wat wij nodig hebben en wij hebben ervaren dat het efficiënter is niet meteen heel directief op te treden, maar ons even rustig voor te stellen en daaraan toe te voegen: “en wij komen je nu helpen”. Dat lijkt misschien wat gek als er geen seconden te verliezen zijn, maar je wint die tijd echt terug omdat de communicatie daarna veel soepeler verloopt. Het imponerende van onze aanwezigheid en onze uniformen is eraf, zeg maar. Voor ons kwam daar ook nog bij dat de training op verschillende locaties werd gegeven, en sommige van die locaties kenden wij nog niet. Nu wel. Ik pleit er enorm voor dat de andere zorginstellingen in Zeeland ook op deze manier gaan trainen. Steeds meer instellingen zien de noodzaak daarvan. En dat is een goede zaak, want we hebben het hier wel over een risicogroep die steeds minder zelfredzaam wordt. Ik vond de training goed opgebouwd en de scenario’s heel realistisch. Niet gek natuurlijk want de docent heeft zelf brandweerervaring.”